COÖPERATIE; fiscale aspecten 

De coöperatie betaalt zelf vennootschapsbelasting over de gemaakte winst. Dit staat helder beschreven in de Wet op de Vennootschapsbelasting. Leden die tevens werknemer zijn van de coöperatie vallen onder de loonheffing.

De winst van de coöperatie dient te worden verdeeld in:
a.    echte winst: de winst van de coöperatie, onderworpen aan vennootschapsbelasting;
b.    winst leden: de zogenaamde verlengstukwinst, dit is de winst die toerekenbaar is aan de prestatie van of door de leden. De verlengstukwinst is aftrekbaar van de winst van de coöperatie (anders dubbele heffing). De leden moeten dus zelf belasting betalen over de winst die aan hen wordt toegerekend. Dit kan vennootschapsbelasting (lid is B.V.) of inkomstenbelasting (lid is natuurlijk persoon) zijn.

Winst aan natuurlijke persoon
Het uitgangspunt is dat de winst voor de leden aftrekbaar is. Echter: de winst voor de leden (als natuurlijk persoon) is niet zomaar aftrekbaar. De uitkering moet dan afhankelijk zijn van zijn aandeel in het ledenkapitaal (naar rato). De heffing zal mede afhangen van het feit of het lid in de coöperatie zelf ondernemer is of niet. Als de coöperatie meer zou uitkeren dan haar eigen winst, dan is het meerdere niet aftrekbaar.

Winst aan rechtspersoon
Op een uitkering door een coöperatie aan een lid-rechtspersoon is de zogenaamde deelnemingsvrijstelling van toepassing zodat er geen dubbele heffing plaatsvindt.

Advies notaris
Het is beslist noodzakelijk om, voor de ondertekening van de notariële oprichtingsakte, de fiscale gevolgen goed af te stemmen met een belastingadviseur.

juni 2014

Vragen/contact


Stel hier uw vraag